Vergane glorie…

De laatste wedstrijd van de dames recreanten van dit seizoen was wel de meest lachwekkende wedstrijd. Om 18.30 uur vertrokken we vanaf Steenderen naar Schalkhaar naar ’t Haarhuus. Al rijdend en pratend werd ’t Haarhuus besproken. Trees J. wist te vertellen dat zij met haar team op 4 januari 1997 eerst in de kantine van ’t Haarhuus de finish hadden bekeken van de tot nu toe laatste Elfstedentocht. Hierdoor begon de wedstrijd wel te laat, maar daar had iedereen lak aan. (Voor de oudere volleyballers onder ons: ’t Haarhuus is/was de sporthal van pa Dost en zijn zonen).

In onze beleving was het dan ook een fijne sporthal met een hele gezellige kantine, maar wat schetst onze verbazing toen wij daar aankwamen. Waar is nu de ingang? Die deur daar rechts, of toch naar links, nee we moesten in het midden zijn. Via een kruip-door-sluip-door gangetje kwamen we bij de  kleedkamer. En daarachter: geen kantine, maar een judozaal.

Gelukkig wist de aanwezige judoka ons de weg te wijzen naar de kantine, of in ieder geval iets wat er voor door moest gaan. Oké, gangetje door, trap (bekleed met vloerbedekking) op en ja hoor daar kwamen we ergens boven in een betonnen bak. Ooit waren hier de tribunes, maar daar was niets meer van over. De afscheiding tussen de betonnen bak en de zaal bestond uit een groot aantal kozijnen voorzien van glas met daarbovenop een soort van betongaas. Misschien dat ze daar nog klimop laten groeien, het was nu een kale bende. En ja hoor, een deel van de betonnen bak was afgetimmerd en deed dienst als koffiekamer (eigenlijk een te duur woord voor een ruimte met een tafel, wat stoelen en een aanrechtblokje + een koelkast met een groot hangslot erop).

Gelukkig was het mooi weer en zijn we weer via dezelfde weg naar buiten gegaan totdat het tijd werd om om te kleden. We konden nog niet in de zaal, want daar was de jeugd van SVS aan het trainen. Net voordat de jeugd klaar was met de training hebben we ons snel omgekleed en kregen meteen van de tegenstander het advies: neem alle kostbare spullen mee en laat niets in de kleedkamer achter. Nu doen we dat normaal ook niet, maar deze mededeling verklaart ook wel de betonnen bak waarin de toeschouwers moeten staan. Een voetbalkooi voor hooligans is ongeveer vergelijkbaar.

Ja en dan de zaal: een verhaal apart. Het leek meer op een manege dan op een sporthal. Met de hoogte was gelukkig niets mis anders hadden we de spinnendraden in de haren gehad. De vloer die er 20 jaar geleden in lag, ligt er nog steeds. Alleen is de indeling van de velden iets veranderd. I.p.v. een soort centercourt was de zaal in tweeën verdeeld. Het speelveld was wel 9 meter breed, maar de lengte was zeker geen 9 meter. En de muur was de achterlijn. Ja jullie lezen het goed: de muur is uit. Dus een bal die de twijfelachtige eer heeft dat deze ongeveer op de grens van muur en vloer terechtkomt is gewoon in. De opslagplek was in het veld en die mocht je zelf zo’n beetje bepalen als je maar niet voor de 7-meterlijn kwam. Dichter bij de muur was erg lastig, zeker bij een onderhandse opslag. Een aantal van ons kwam dan ook met de opslag door de achterzwaai in aanraking met de muur.

Zoals ze daar smokkelen met de afmeting van het veld, zo werd ook gesmokkeld met de nethoogte. Het net hing zeker 5 cm. te laag, maar dit was dan wel weer in verhouding met de afmeting van het speelveld.

We wonnen de toss, kozen voor de opslag i.p.v. voor de kant. Want aan de ene kant van het veld was een berging en daar kon je dus in gaan staan om op te slaan.

Ja en dan begint de wedstrijd, je denkt dat je de plekken in het veld redelijk bezet hebt. Maar daar komt een keiharde opslag, je schat de balbaan en de snelheid in en denk: laten gaan, want die bal gaat uit. Dus niet, vlak voor de muur komt de bal op de vloer en dus in. Of nog erger, de bal raakt de grens van muur en vloer en is dus ook in.

We hebben wel zo’n beetje door hoe de dames daar trainen, gewoon keihard proberen om de muur net niet te raken. Het is maar net voor welke tactiek je kiest.

Voordat je een beetje gewend bent hoe je met deze situatie om moet gaan, is de eerste set al af. De tweede set kregen we iets meer grip op het geheel, maar ook die werd verloren. Gelukkig zijn we niet helemaal voor niets gegaan, want de derde set pakten we wel de winst.

Er was zelfs een supporter voor ons team, maar ja die stond in die betonnen bak. En dat maakt contact tussen supporters en spelers onmogelijk. Hooguit een beetje gebarentaal, maar daar houdt het dan ook mee op.

En dan na de wedstrijd allemaal douchen. Een luxe van jewelste, iedereen had een eigen douchecabine die je ook nog kon afsluiten.  We waren al hartstikke melig van alle gedoe en daar kwamen de douchecabines nog een keer bij. O ja, en ook nog de bankjes in de kleedkamer, die waren op peuterhoogte. Nu zijn er een aantal recreanten die niet al te groot zijn, maar zo laag hoeven die bankjes ook weer niet.

De tegenstander bood ons nog aan om daar iets te drinken, zij hebben natuurlijk de sleutel van het hangslot. Maar we wilden het liefst zo snel mogelijk naar Steenderen om daar in de kantine de melige bui weg te spoelen. We hebben al veel meegemaakt in al die jaren, maar ’t Haarhuus spant toch wel de kroon. Helaas hebben we geen foto gemaakt, maar iedereen mag z’n eigen fantasie op dit verhaal loslaten.